het verslag van mei

Het verslag van 1 mei

Vanmiddag waren we met zes kinderen en hebben we eerst nog eens helder gemaakt waarom Scarabee Kids er eigenlijk is: omdat je op school of een andere club niet over kanker kan praten en bijna nooit kinderen ontmoet die daar thuis mee te maken hebben. De meeste kinderen hebben het wel een keer op school verteld, maar daarna werd het onderwerp niet meer besproken. Hier kan dat iedere keer.  Met de praatstok gaat de vraag rond 'Wie mag jou troosten?' De kinderen noemen: mama, papa, mijn knuffels, de hond, de poezen, een konijn, vriendinnen. En wat kan jou troosten: een kaartje, knuffelen, een kus, iemand die me vasthoudt, praten, aaien van een huisdier, knuffelen met je knuffel, een cadeautje, bij elkaar zijn, iemand die een kopje thee of iets lekkers maakt, wandelen. En wanneer had je het nodig? Toen ik papa heel lang niet meer zag omdat hij in het buitenland was voor behandelingen. Als je bent gevallen. Als je vader dood is gegaan. Als je bang bent.

meiA

We luisteren naar het verhaal 'Een opa om nooit te vergeten' van Bette Westera waarin een bijzondere zakdoek een rol speelt. De zakdoek brengt allemaal herinneringen aan opa terug, opa die nu dood is. Daarna lezen we nog een gedicht van Bette Westera over hoe het zal zijn als niemand meer doodging. Er ontstaat een bijzonder gesprek: dat je dan zo oud bent dat je niks meer zelf kan en wil en dat dat niet leuk is. Of dat al je familie en vrienden dan dood zijn en jij nog alleen over bent en niemand kent. Of dat de wereld dan helemaal is veranderd met vliegende auto's.

meiB

We gaan naar de grote tafel waar Nella uitlegt wat we kunnen knutselen. Je mag een troostzakdoek maken met textielstiften en vormpjes of naar je eigen idee. Je mag een doosje troost maken met gekleurd papier, stempels, glimmers, stof en eigen fantasie. Dan past de zakdoek in de dood en misschien nog wat anders van de tafel. En je mag ook van vilt een troostkussentje maken. Tot onze verbazing kiest niet het oudste kind voor eht werk met naald en draad maar twee jonge jongens waar dat een taaie klus voor is. Maar ze weten wat ze willen en gaan enthousiast en verbeten aan de slag. Zo enthousiast dat ze niet te stuiten zijn. Sommige kinderen beginnen met de zakdoek en bedenken een eigen ontwerp met een zon, gekleurde vlakken, regenbogen. Andere kinderen gebruiken daar omtrekvormpjes bij zodat alle leeftijden iets moois kunnen maken. Weer andere kinderen gaan met origamipapier aan de slag om lucifersdoosjes prachtig te versieren. De binnenkant wordt soms helemaal bekleed met vilt. Een echt doosje troost. De een gebruikt glimmende figuren, de ander stempelt een persoonlijke boodschap op het doosje. Je mag het voor jezelf maken, maar natuurlijk ook voor een ander.... De kinderen die de vilten troostkussentjes maken kiezen een kleur voor het vilt en ook voor de draad waar ze het kussentje mee dichtnaaien. Als het kussentje bijna dicht zit wordt het gevuld met kleine wattige stukjes stof om er een echt kussentje van te maken. Het voelt heerlijk zacht. Een van de kinderen heeft het doosje en de zakdoek al af en mag rond met dropjes en tomaatjes terwijl Anne voor de limonade zorgt. De andere kinderen willen soms nog een tweede troostkussentje maken of na het doosje nog een troostkussentje.

meiC

We zijn met zijn allen zo ingespannen bezig dat we een paar minuten voor vier uur schrikken dat het bijna tijd is. We hebben geen tijd meer voor het grote zakdoekspel en ook niet voor zakdoektikkertje. De jongste bedenkt nog dat we ook zakdoekje leggen hadden kunnen doen. Ideeen genoeg voor volgende keren. Het spel blijft bewaard! Een kind moet helaas meteen weg en krijgt de naald met draad mee om het kussentje thuis af te maken.

Nella helpt de laatste kinderen om de kussentjes af te maken en dan gaat alles gauw nog op de foto. In de kring kiezen we een kaartje: wat maakt je verdrietig en wat troost jou? Iemand missen wordt door veel kinderen gekozen als verdrietig en troostend zijn: met je familie zijn, je knuffel en samen zijn.